Friday, August 5, 2011

Vrijdag 5 augustus, Vancouver

De laatste dag, terug naar waar we begonnen. Vancouver. Laat opgestaan in Victoria, via een scenic route langs de kust omhoog gereden naar Swartz Bay voor de ferry naar Vancouver. Onderweg hebben we ons vergaapt aan de onbeschoft grote huizen die langs de kust staan. Wat een geweldige plek om te wonen.

De ferry van 12 uur is net weg als wij aankomen, dus we moeten wachten op die van 1 uur. De overtocht duurt anderhalf uur, de langste van deze vakantie. We varen tussen de Gulf Islands door. Stralende zon, lekker windje, genieten.


In Vancouver is het druk. In file rijden we naar Granville Island, een klein schiereiland tegenover Downtown Vancouver, onder de Granville Street Bridge. Omdat we aan de verkeerde kant van het eiland uitkomen, moeten we met de watertaxi naar de overkant. Ooit was Granville Island een industriegebied - er staat nog een betonfabriek, maar tegenwoordig is het een buurt met kunstgaleries, winkels, restaurantjes, een overdekte markt met etenswaren, theaters, een brouwerij en de Canadese kunstacadamie.
De overdekte markt is een feest van geuren en kleuren. Mooi opgestapeld fruit, Italiaanse pasta's, vis, kaas, groente, chocola, brood, gebak. En bij veel kraampjes kun je ook eten. Om 5 uur beginnen we aan onze lunch bij de pastakraam. Thuis een keertje namaken, te lekker.



En nu zitten we in een veel te warme hotelkamer bij Vancouver Airport een troosteloze flatwijk. Veel lawaai buiten van auto's en vliegtuigen, een slecht werkende airco, we hebben zewel eens beter gehad! Maar
wat maakt het uit, morgen vliegen we terug.
We kunnen terugkijken op een heerlijke vakantie. Onwijs veel gezien, en vooral heel gevarieerd. Regenwoud, kust, hooggebergte, meren, oceaan, eilanden, bossen, veerboten, gletsjers, alpineweiden, wetlands, sneeuw, zon, regen. En dat in drie weken!
In de koffers een berg wasgoed en een paar theelepeltjes. Op de computer de verhalen en de foto's. In het hoofd de herinneringen. Canada zal morgen onder ons wegglijden, maar zeker nog lang in onze gedachten blijven.

Thursday, August 4, 2011

Donderdag 4 augustus, Victoria

De rit van Nanaimo naar Victoria vandaag is kort, slechts 100 km, en voert langs de kust van Vancouver Island tot onderin de punt van het eiland.
Halverwege gaan we naar Duncan, een stadje in de Cowichan Valley, dat zichzelf 'The city of totems' noemt. Sinds 1985 staan hier zo'n 80 totempalen, gemaakt door native artists uit de omgeving. We lopen een selfguided tour door het stadje om een groot deel van de totems te zien.


Dan verder naar Victoria, waar we weer rond 1 uur zijn. Ook hier kunnen we zonder moeite al de hotelkamer in. Opnieuw een Coast hotel met een gedeeltelijk uitzicht op de haven.
We nemen vanaf het hotel een watertaxi naar het centrum.


Victoria is de hoofdstad van British Columbia. Het is een geweldig mooie stad en doet erg Engels aan, met geschoren grasvelden, mooie bloembakken en stenen gebouwen in Engelse stijl.


We lopen de promenade langs de inner harbour, waar van alles te doen is. Straatartiesten, living statues, kraampjes met van alles en nog wat, muzikanten. Druk en heel gezellig.


In de haven liggen grote plezierjachten. Sommige zijn zo groot en luxe, dat we ons amper voor kunnen stellen dat die privébezit zijn.Ook hier vliegen de watervliegtuigjes af en aan, en gaan whalewatch-boten in grote aantallen de zee op.
We bekijken het kolossale Empress hotel, een van de oudste en beroemdste hotels in British Columbia, ingepakt in klimopplanten. Voor 60 dollar kun je hier een theepartijtje bijwonen, als je tenminste lang van te voren hebt geboekt. Helaas kun je het hotel niet van binnen bekijken, maar ook de buitenkant is al zeer de moeite waard.

Het parlementsgebouw is al even mooi en ligt schuin tegenover het hotel. Het is omgeven door grote  grasvelden met daarin kleurrijke bloemenperken en een mooie fontein.  Voor het gebouw staat een groot standbeeld van queen Victoria, naast een twee eeuwen oude cederboom van 30 meter hoog. Deze boom wordt beschouwd als de officiële kerstboom van British Columbia en in december met duizenden lichtjes versierd.

We lopen het oude stadscentrum in, waar het ene gebouw nog mooier is dan het andere. Op elke hoek van de straat zijn terrasjes die ook allemaal vol zitten. Mooie oude winkels vaak met speciale dingen, zoals oude boeken of bijzondere sigaren. Of een winkel met alleen maar kraaltjes, in alle kleuren en alle maten. 

Ook Victoria heeft een Chinatown, maar het is hier nog weer wat kleiner dan in Vancouver. Het is ontstaan in het midden van de 19e eeuw tijdens de goldrush. In Chinatown lopen we door de smalste straat van Canada, Fan Tan Alley. Vroeger een straat met gokhuizen en opiumverkopers, nu een Chinese winkel van sinkel die zo vol ligt met frutsels dat het je gaat dansen voor de ogen.
De kapper in Fan Tan Alley is geniaal. In de etalage staat een antieke kappersstoel te pronken, maar de stoelen waar de klanten nu in moeten zitten zijn toch zeker ook al antiek.

Na een Koreaanse maaltijd lopen we, heel langzaam want het is nog zo leuk, langs de haven terug naar het hotel. Het begint dan ook al te schemeren.
Twee dagen blog bijwerken en nagenieten van deze mooie dag.
Morgen is het de laatste dag, nog een keer terug naar Vancouver.

Woensdag 3 augustus, Nanaimo

Na het tweede B&B-ontbijt in Tofino vertrekken we in de regen naar Nanaimo. Het is koud, nat en de omgeving ziet er somber uit. Benieuwd of het aan de andere kant van de bergen nu weer mooi weer is.
We moeten dezelfde 170 km terug naar de kustweg die langs de bovenkant van Vancouver Island loopt, andere wegen zijn er niet. En inderdaad, aan de andere kant van de heuvels breekt de zon door en krijgen we de 10 graden die we twee dagen geleden kwijtraakten, weer terug. T-shirt uit, hemd aan. Lekker.
Al rond 1 uur zijn we in Nanaimo bij het Coast Hotel. We mogen de kamer al in, een ouderwets grote kamer waar je lekker heen en weer kunt wandelen. Geen planken bedbodem, heerlijk! Het Coast Hotel ligt aan de haven, onze kamer kijkt uit over een deel ervan. In de verte zien we de houtvoorraden in het water liggen, voor ons vooral boten. Mooi. We  leggen onze spullen weg en gaan meteen de stad in.


Eerst naar het Bastion, het oudste bouwwerk van de stad. Het ligt tegenover ons hotel.Het is gebouwd in 1853 door de  Hudson Bay Company, om hun mijnwerkzaamheden te beschermen. Het gebouwtje heeft drie verdiepingen, waar tentoonstellingen te zien zijn over mijnbouw en bonthandel.


Hierna lopen we langs de haven, waar het een drukte van belang is. Watervliegtuigjes vliegen af en aan, van of naar Vancouver. Watertaxi's vervoeren mensen voor de kleinere stukjes, roeiverenigingen oefenen in hun kayaks of roeiboten en plezierjachten en zeilboten komen en gaan.


We lopen naar de pier voor de krabvissers. Hele gezinnen staan hier krabben te vangen. Na een uur kijken zijn we helemaal bijgepraat, en weten we hoe het werkt. In speciale kooien worden een of twee kippenpoten gehangen. De kooi zit met een touw vast aan de kade en wordt dan het water ingezwiept.


Na een minuut of tien wordt de kooi opgehaald om de oogst te bekijken. Met wat gedoe worden de krabben eruit gehaald en  opgemeten met een speciaal liniaaltje onder het toeziend oog van de andere vissers.

Vervolgens worden de vrouwen en kinderen teruggegooid in het water en de mannen opgeslagen in een emmer. De krabben worden gebruikt voor het maken van krabsalades.


Grappig om te zien dat de vissers een kilo kip nodig hebben om een paar krabben te vangen!
Aan de andere kant van de pier zwemt een vrijwel tamme zeehond heen en weer. 's Middags heet het beest Lucy, en als we 's avonds terugkomen is het McKinsey. Zelfde zeehond. De zeehond wordt gevoerd met stukjes kip of vis, en komt er zelfs een heel eind voor uit het water.

We lopen van de pier af het oude centrum in. Veel galerietjes, barretjes en cadeauwinkels, maar ook veel leegstaande panden. Het doet een beetje gekunsteld aan, alsof  het de bedoeling was dat dit the place to be moest worden. Dit is niet zo gelukt.
's Avonds eten we fish and chips op een boot in de haven. Vette meuk, lekker, maar onwijs prijzig. Eigenlijk is het gewoon cafetariavoer, alleen vijf keer zo duur als in Nederland. Maar de ambiance was in elk geval goed ;)

En dan nog een keer naar de krabbenvangerspier. Het is inmiddels schemerig en de vissers gooien hun laatste kippenpoten de lucht in voor de meeuwen. Als er ook een eagle komt kijken, wordt die onder luid geschreeuw van de meeuwen het territorium afgejaagd. En de zeehond heeft inmiddels zoveel te eten gehad dat die zijn neus optrekt voor de kippenpootjes.

Tuesday, August 2, 2011

Dinsdag 2 augustus, Pacific Rim NP

De eerste B van B&B was een kleine ramp, hopelijk dat de tweede B goed is.
Maar, al om 7 uur lijkt die 2e B goed te komen; we ruiken een goede baconlucht. Goed teken. Klokslag 8 uur worden we verwacht in de eetkamer van Robin en Duncan. Niks ontbijten tussen 7 en half 10 dus.
Wij zitten aan tafel met een stel uit Duitsland. Beetje ongemakkelijk om op je nuchtere maag al een tafelconversatie te starten met mensen die je nog nooit hebt gezien, maar Henk is hierin meesterlijk. Small talk over wat zij al hebben gezien in Canada en wat wij zoal hebben gedaan.
We krijgen een voorgerecht (jaja, bij het ontbijt!), een soort abrikozenmoes met room. Delicious, never had something like that. Huisbaas Duncan vraagt waar we gisteravond hebben gegeten. De Duitse gasten hebben braaf geluisterd en zijn naar het restaurant gegaan wat Duncan had aangeraden. Wij dus niet.
Gang twee van het ontbijt bestaat uit pannenkoekjes met bacon. Ook hier veel oh's en ah's, terwijl de tafelconversatie voortkabbelt. Hulde aan Henk.

Na het ontbijt gaan we naar Radar Hill. Hier was tijdens de Koude Oorlog een radarpost om de Russen in de gaten te houden. Het is nu een uitzichtspunt, maar met zoveel bomen ervoor en mist tussen de bergen is er niet zoveel te zien.

Verder naar Gryce Bay, een kleine baai waar volgens de boekjes zeehonden zouden kunnen liggen. Dat blijkt  niet zo te zijn, maar de baai is mooi. Veel watervogels (reigerachtigen) die in het ondiepe water stokstijf op eten staan te wachten. Boven ons cirkelt een eagle en op de kant mooie rode vogeltjes. Het water staat hier stil, een soort wad, en het stinkt onwijs.


Een van de bijzonderheden van Pacific Rim NP is het regenwoud. We lopen de Schooners Cove trail, een wandeling die door dit regenwoud gaat. Een geweldige route, tussen metershoge oude cederbomen met onwijs dikke stammen, bemoste andere bomen, varens en planten die wij alleen van Intratuin kennen. Door het bos is een boardwalk gemaakt, met veel trappen. Regenwoud... veel regen dus. En dat klopt, want van de 324 centimeter (!!!) die er per jaar in Tofino valt, hebben wij in de twee dagen dat we er waren veel gehad. Gelukkig vandaag niet de hele dag, alleen vanochtend vroeg en laat in de middag.


De route eindigt op een groot zandstrand met rotsen, die helemaal vol zitten met mosselen, zeesterren en wateranemonen. Zo mooi. We zitten er zeker een uur.


We rijden door naar Ucluelet, een plaatsje aan de andere kant van Long Beach. We lopen een deel van de   Wild Pacific Trail. Een mooie route langs de rotsige kust en langs een kleine vuurtoren.

Omdat de lucht inmiddels behoorlijk dicht zit en het begint te miezeren, gaan we terug naar de B&B. Lezen en in slaap gevallen ...
's Avonds na het eten gaan we opnieuw naar het prachtige strand van Tofino. Het water staat nog lager dan gisteravond, dus er zijn veel meer zeedieren te bekijken op de rotsen. Pas als gaat schemeren, gaan we terug naar het huis. Net op tijd binnen ...pff, stel je voor dat we het huis niet terug kunnen vinden.

Monday, August 1, 2011

Maandag 1 augustus, Tofino

De laatste week van de vakantie is ingegaan. Volgende week zondag zijn we al weer thuis.
Om 9.15 uur vertrekken we met een stralende zon uit de Tsa-Kwa-Luten Lodge, om de boot van 10 uur te kunnen nemen die ons terugbrengt naar Vancouver Island. Na de overtocht ontbijten we bij McCafe, een gezonde versie van McDonalds? Hier alleen ontbijtjes, koffie en ijs.
De rit naar Tofino is zo'n 270 km. Op Vancouver Island zijn zo weinig wegen dat er weinig keus is. Deels rijden we dus dezelfde weg als gisteren.
Vanaf Powel River steken we het eiland over, om met een grote omweg (gebrek aan wegen weer) naar Tofino te kunnen gaan. Bij Sprout Lake, een van de vele mooie meren in Canada, eten we onze meegebrachte salades en broodjes op. Het is vandaag een nationale feestdag, British Columbia Day, dus er zijn veel mensen aan het meer. Met moeite vinden we een plekje voor de auto.

De laatste 150 km van dit stuk gaan over een smalle en bochtige weg door de bergen, die volgens de eigenaar van de B&B waar we naar toe gaan, beter niet in het donker gereden kan worden. Opvallend is dat de temperatuur tijdens deze weg met 10 graden zakt, van 27 aaan de ene kant van het gebergte naar 17 graden aan de andere kant. Volgens de boekjes is het in Tofino gemiddeld 19 graden in de zomer, en valt er per jaar 300 cm regen a.g.v. de invloed van de oceaan... We hebben dus vandaag mazzel dat het droog en zonnig is!
De laatste 30 km van de weg gaan door Pacific Rim National Park. In het Visitor Center zoeken we het adres op van de B&B. We hadden heel handig de bevestigingsemail meegenomen, zelfs op Google Earth gezien hoe het huis eruit zag, maar geen adres opgeschreven.
Met hulp van Tom het huis snel gevonden. Een geweldig huis, achthoekig, met diverse torentjes waarin de B&B kamers zitten. Rondom het hele huis een overdekte veranda met stoelen, een prima slaapkamer (wel een plankige matras, als dat maar goed gaat!!), badkamer, en twee kamers om te kunnen zitten of tv kijken.


Deze laatste twee zijn overigens voor alle gasten. B&B is toch wat anders dan een hotel. We geven het personeel in de lobby nooit een hand, maar bij de heer en dame des huizes hier doen we dat toch wel.
Duncan is allervriendelijkst. Hij wijst ons de weg in huis en naar de zee, we dumpen onze spullen en steken de weg over. Een groot breed strand aan de Pacific, waar je een heel eind moet lopen voor je de zee inkunt. Een zee om te surfen. Meiden, vergeet Mimizan, volgend jaar naar Tofino!
 
Er wordt hier aan alle kanten gewaarschuwd voor de gevaarlijke golven, die zomaar ineens heel krachtig of hoog kunnen zijn. Wij zien vandaag enkel de kalme zee bij eb. Rondom de rotsen die vanuit de zee het land op steken, geen zeekomkommers of zeesterren, zoals vorig jaar in Pismo Beach, maar vooral veel mosselen. Morgen maar eens op zoek naar meer zeeleven, dat hier zeker wel moet zijn.
De door Duncan aangeraden restaurants slaan we over. Allemachtig wat een prijzen. Tofino is niet alleen duur om te overnachten dus. We vinden een deli, onze superhit van dit jaar, en gaan voor champignonsoep en een gevarieerde zelf samengestelde salade. Heerlijk.
In het haventje van Tofino is het een komen en gaan van watervliegtuigjes. En daar is ook Johnny van de watertaxi. Gehavend bootje, waarbij de passagiers kunnen zitten op twee kuipstoeltjes waar de poten onder vandaan zijn gehaald en die op een houten plank zijn geschroefd. 


Als het donker is, is het ook echt donker. Henk wil nog even zijn penicilline uit de auto halen, maar breekt bijna zijn nek over de trap. Er is zowel binnen als buiten geen lichtje te bekennen, het hele huis slaapt al (10 uur!) en je ziet echt helemaal niks. Levensgevaarlijk. We gaan er zelfs van fluisteren!

Het slapen in de B&B was minder succesvol. De matras bleek erger dan een plank, een soort spoorbiels. Henk lag te draaien als een hond die geen goede plek in zijn mand kan vinden, last van rug of benen of allebei. Rond 3 uur 's nachts werd ook ik er knettergek van. Ik had gezien dat er extra dekens in de kast lagen, die heb ik dubbelgevouwen en onder het laken gelegd om de biels een beetje te watteren. En het hielp. De hond vond zijn plek!!  (geautoriseerd door HK)

Sunday, July 31, 2011

Zondag 31 juli, Quadra Island

Als we opstaan blijkt dat Henks jaarlijkse vakantiekwaal weer is opgetreden: een kaakontsteking. Tijd voor het gebruikelijke penicillinekuurtje, vast onderdeel van de bagage.
Na een bakje cornflakes/yoghurt in het hotel in het desolate Lund, rijden we naar Powel River voor de ferry naar Comox op Vancouver Island. Omdat we gisteren al die lange rijden zagen en deze ferry maar drie keer per dag gaat, zorgen we dat we er op tijd zijn. Achteraf was dat niet nodig, maar helaas weet je dat van te voren nooit.
De boot vertrekt om 12 uur en de overtocht duurt 80 minuten. De zon schijnt volop, dus we zitten heerlijk met een beker koffie uit de wind op het dek bruin te worden.


Van Comox rijden we langs de zee naar Campbell River voor opnieuw een overtocht, nu naar Quadra Island. We missen net de boot van 2 uur, maar gelukkig gaat deze elk uur dus erg lang duurt het niet.
Quadra Island is een van de Discovery Islands. Het is ongeveer zo groot als Texel en heeft veel bomen. Sinds Finland hebben we een licht bomencomplex, dat opspeelt zo gauw we door de bomen het bos niet meer zien. Op het eiland zijn een paar meren, een provinciaal park en van hieruit kun je weer boottochten maken naar de andere Discovery-eilanden.
We verkijken ons opnieuw deze vakantie op de afstanden. Het provinciale park, waar we nog even naar toe willen, ligt aan het eind van een lange weg met aan weerszijden dicht bos, waar je niet harder kunt rijden dan 40 km/u. Na 13 km draaien we lekker om en gaan naar het hotel.
Een geweldige lodge, de Tsa-Kwa-Luten Lodge, aan het eind van het eiland naast de vuurtoren. Groot zonneterras met zitjes, heerlijke grote kamer met een balkon dat uitzicht biedt op de zee en herten die gezellig langs komen wandelen. Zoveel luxe, daar moet je van genieten en dus zeker niet vrijwillig tussen te veel bomen gaan rijden.
We lopen via een wandelpad naar de kleine vuurtoren van Quadra Island en gaan via het strand terug.


Het strand bestaat hier uit grote kiezels en is smal. Net als overal in Canada liggen er heel veel grote boomstammen op het strand. Waar die toch allemaal vandaan komen? Wel een mooi gezicht, dat uitgedroogde witte hout van stammen die er misschien al tientallen jaren liggen.


Op de kiezels vlak aan het water ligt een tapijt van planten die de zee heeft uitgespuugd. Groen, rood, okergeel, crèmewit, van alles door elkaar. Geen idee wat het allemaal is, het lijkt wel of iemand een berg kleine lapjes stof op het strand heeft gegooid. Sommige 'lappen' zijn zo mooi van textuur, die zou je haast meenemen.

Een opgedroogd lapje uit de zee

Terug bij het hotel zien we een zeearend in een boom. Het ziet er net zo uit als op de ansichtkaartjes: een grijswitte kale boom met helemaal in het puntje een zwartwitte eagle. Tijdens het bekijken van de gemaakte foto's op de display van het toestel, blijkt er ineens een tweede eagle op visite te zijn gekomen. Die hadden we even gemist. Kun je weer opnieuw beginnen met foto's maken ;)


We eten 's avonds in het hotel. Op Quadra Island is verder ook weinig keus in eetgelegenheden, laat staan dat er een supermarkt met een deli is. Op zich geen probleem, want het eten is geweldig.
's Avonds komen vader en moeder Hert nog een keer langswandelen met de kleine. Onze Canadese bovenbuurvrouw, waarvan je zou verwachten dat ze wel wat gewend is qua wildlife, vindt het bezoekje zo gaaf dat ze ons vraagt de foto's te mailen.
Morgen naar Tofino, voor een langer bezoek aan Vancouver Island dan het enkele ritje wat we vandaag hebben gemaakt! Jammer, want in de Kwikkwekenkwak-lodge hadden we wel iets langer willen blijven.

Saturday, July 30, 2011

Zaterdag 30 juli, Lund

Omdat we vandaag twee keer met een ferry mee moeten, vertrekken we vroeg uit Whistler. Al om 7 uur zitten we in de ontbijtzaal en om half 8 rijden we de parkeergarage uit voor de afstand van 125 km naar Horseshoe Bay. De vertrektijd van de eerste boot is 9 uur, d.w.z. dat het inschepen om kwart voor 9 begint. Dit zullen we niet halen, maar de tweede boot van 9.40 willen we toch echt hebben.
Met behulp van een beetje laagvliegen van Henk draaien we om iets voor 9 uur de terminal op. Er staan immens lange rijen auto's en de moed zakt ons al in de schoenen. Dit gaan we nooit redden. Dit wordt geen 9.40, maar pas de volgende boot van 11.15 uur. Een van de medewerkers achteraan de rijen verwijst ons naar rij 5. Deze rij blijkt volledig leeg te zijn, zodat wij verbaasd en ook fluitend tussen alle lange rijen door kunnen karren en ineens vooraan staan. Daar blijkt dat er toch een foutje is gemaakt. Wij hadden moeten aansluiten in rij 1 of 2, waar nu zeker al 150 auto's staan volgens de medewerker die vooraan de rijen staat. En dat is natuurlijk niet eerlijk, dus voor straf moeten we op een speciaal plekje gaan staan en dan zal hij, nadat alle 150 auto's zijn geweest, wel zeggen wanneer wij aan de beurt zijn. En ja, dat kan ook pas om 11.15 zijn. We hadden tè veel mazzel gehad.


Een beetje balend stonden we in het strafkamp. Vroeg opgestaan om op tijd te zijn, door een of andere kneus in de verkeerde rij beland en nu in het strafhok tot 11 uur. Geen kop koffie te krijgen, geen wc in de buurt en zeker 2 uur wachten. Bah.
Maar, nadat er zo'n 30 auto's gepasseerd waren, kwam er ineens een andere medewerker aan die zei dat we nu maar door het poortje moesten gaan, omdat we wat ongelukkig in de weg stonden. Yes! Binnen!


Bij het  betaalloket bleken de briefjes van de veerboot,die wij via het reisbureau hadden gekregen, geen reserveringen te zijn, maar alleen een betalingsbewijs. Niet echt handig van Tioga.

De boot is snel volgeladen met auto's en vertrekt keurig om 9.40 uur. We gaan naar het bovendek en staan daar heerlijk in de zon terwijl de boot tussen allerlei kleine en grote eilanden doorvaart op weg naar Langdale. Al na een half uur wordt iedereen weer zijn auto in gedirigeerd, want we zijn er al.


 We rijden van de boot af en rijden langs de zogenaamde Sunshine Coast. Een prachtig groen gebied, een soort Beverly Hills aan de zee. Mooie huizen met uitzicht op het water, wat een mooie plek om te wonen. Opvallend is wel dat zeker een kwart van de huizen te koop staat.
We lunchen op een rots aan het water, temidden van paarse zeesterren.


Voor de volgende ferry moeten we in Earls Grove zijn. Deze ferry gaat maar eens per 3 uur. We moeten dan ook 2 uur wachten voor we de boot op kunnen. Met een boek nestelen we ons op het grasveldje. Het lijkt nog spannend of alle auto's de boot op kunnen, maar met een beetje passen en meten lukt het. In 50 minuten varen we naar Saltery Bay , waar we aan het laatste stukje naar Lund beginnen. De lucht is inmiddels helemaal donker en het begint steeds harder te regenen. Dit tweede schiereiland is een stuk minder mooi dan de vorige. Het wordt hoofdzakelijk bewoond door indianen, en net als in Amerika kun je dat zien aan de zooi die rondom de huizen verzameld ligt.
Lund ligt aan het eind van de weg, en is het begin van Highway 1, een weg van 15000 km die tot in het zuiden van Chili doorloopt. Volgens ons is Lund het eind van de wereld. Wat een vreselijke plek om te wonen. Het bestaat uit niet meer dan een hotel, een winkel, een bootverhuurder, een camping en een parkeerplaats die mudvol staat. Geen idee waar al die auto's van zijn, en waar alle mensen zijn die bij de auto's horen. In het haventje liggen wat boten en vanuit Lund kun je dagtrips per boot maken naar Destination Land. Het hotel is oud (dat heet hier historic) en gehorig, maar de kamer is verder prima. Op de tv  zijn drie zenders te ontvangen i.p.v. de gebruikelijke 100! En, bijzonder, we hebben een van de weinige kamers waar internet mogelijk is.Waarom zijn we hier naar toe gegaan?

 Rechts het Historic Lund Hotel, en de straat die zo de zee inloopt.
Eind van de wereld, of juist het begin?

We eten heerlijk in het restaurant, en laten gezien de regen de Lundtrail (jawel, 1 km zowaar!) aan ons voorbij gaan!
Morgen weer twee ferries, hopelijk gaat het allemaal lukken!